Reisverhalen: The island of the Lord

10-01-2011

“Je moet eens naar Lord Howe Island, dat is echt iets voor jou”, zei een Australische vriend tegen mij. “Lord wat?” vroeg ik. Hij wist dat ik veel gereisd had en een beetje een pionier was, altijd op zoek naar plekken die ik nog niet gezien had. Toch had ook ik nog nooit van Lord Howe Island gehoord. “Waar ligt dat?” vroeg ik. Mijn vriend vertelde dat het ongeveer 700 km ten noordoosten van Sydney in de Tasmanzee lag en toen ik het opzocht in de atlas vond ik inderdaad een klein eilandje, nog geen 15 km² groot. Volgens mijn vriend was het het paradijs op aarde en mocht ik het niet verder vertellen. Onwillekeurig moest ik denken aan de tv-serie Lost. Wat hield hij verborgen?

Om het mooie eiland te beschermen is er een limiet aan het aantal bezoekers gesteld: niet meer dan 400. Bij een permanente bevolking van 320 mensen is dat geen vreemd getal. Het bleek echter niet al te moeilijk een plaatsje te bemachtigen op het vliegtuig vanuit Sydney dat mij in een kleine twee uur naar Lord Howe Island zou brengen; het was een kwestie van tijdig boeken. Na aankomst op het vliegveld kwam een vertegenwoordiger van de luchtvaartmaatschappij de cabine binnen om ons van harte welkom te heten; een eerste indicatie van de vriendelijkheid en gastvrijheid die ik hier overal op het eiland zou tegenkomen. Het leven op Lord Howe Island is kalm en vreedzaam, het kabbelt voort met een snelheid van hooguit 25 kilometer per uur, de maximumsnelheid voor het verkeer. De meeste mensen verplaatsen zich per fiets.

Een eilandparadijs
Bij het uitstappen van het vliegtuig was ik al meteen onder de indruk. Voor mijn neus zag ik de imposante steile rotswanden van de twee bergen van het eiland, Mount Lidgbird en Mount Gower, waarvan de hoogste 875 meter uit zee oprijst. Na een kort ritje kwam ik bij mijn accommodatie aan, de luxueuze Capella Lodge die een fantastisch uitzicht biedt op de bergen. Ik verheugde mij op mijn verblijf op Lord Howe Island, dat in zijn geheel op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. Naar verluid zou ik er een unieke flora en fauna aantreffen, met vooral veel bijzondere vogelsoorten. Ik ging er die middag meteen op uit voor een wandeling door de natuur, de eerste van vele die ik zou ondernemen. Ik informeerde bij de receptie wat ik nog meer zoal kon doen en kreeg een hele waslijst aan mogelijke uitjes en excursies. Het was duidelijk: ik moest keuzes maken.



Snorkelen op het rif

Direct voor de westkust van het eiland ligt een koraalrif dat goed bekend staat onder duikers vanwege het kraakheldere water. Ik hield het bij snorkelen en ook dat was zeer de moeite waard. De onderwaterwereld met zijn kleurrijke vissen en koralen was een lust voor het oog. Terug op het vasteland huurde ik een fiets, het meest geschikte vervoermiddel voor een verdere verkenning. Je kunt ook een auto huren – er zijn zes huurauto’s op het eiland – maar waarom zou je? Het eiland is maar elf kilometer lang! Ik fietste naar het noorden en wandelde verder naar Malabar Hill, een bosrijke heuvel die een mooi uitzicht biedt. Onderweg kwam ik een bijzondere zeevogelsoort tegen, een roodstaartkeerkringvogel volgens mijn boekje. Het mannetje was net bezig met een spectaculair paringsritueel, inclusief achterwaartse salto’s.

Hoge kliffen
Omdat ik had gehoord dat je Lord Howe Island het beste vanaf het water kunt bekijken boekte ik een ‘scenic cruise’ en daarbij stonden mij nieuwe verrassingen te wachten. Niet alleen zagen we de indrukwekkende wanden van Mount Gower, maar we gingen ook een stukje zuidelijker naar Balls Pyramid, ’s werelds hoogste uit zee oprijzende rots, waarvan het topje 550 meter boven de golven ligt. Leuk verhaal daarbij was dat wetenschappers er in 2001 een grote insectensoort terugvond waarvan men al 80 jaar dacht dat ze uitgestorven was. Zo zit Lord Howe Island vol van bijzondere feitjes, maar het belangrijkste is dat u er een echt ongerept stukje natuurparadijs zonder weerga vindt, een absoluut uniek plekje op aarde. Al kunt u er niet door de tijd reizen zoals in Lost.